VAN STANDSORGANISATIE NAAR REGIONALE ORGANISATIE


Dit jaar bestaat de LOZO 70 jaar. Een moment om even bij stil te staan, maar niet te lang, want we moeten ons vooral bezighouden met de toekomst. Een toekomst die voor het midden- en kleinbedrijf niet zonder zorgen is. Er zijn op dit moment vele gevaren die het midden- en kleinbedrijf bedreigen en de LOZO zal er de komende jaren de handen aan vol hebben om het midden- en kleinbedrijf in Limburg door deze gevaren heen te loodsen

Maart 1913 te Maastricht.

Het begon allemaal in maart 1913 te Maastricht. In dat jaar werd opgericht de vereniging “Roomsch Katholieke Limburgse Middenstand”.
De R.K.L.M.B. paste in de toenmalige maatschappijstructuur, waarin werkgevers en werknemers zich verenigd hadden binnen katholieke standorganisaties. Een belangrijk accent in die tijd lag ook op bespreking van kerkelijke thema’s. Het ontwikkelings- en vormingswerk vormde een groot deel van het activiteitenpakket.
De aalmoezenier en de kernleider waren binnen de organisatie belangrijke personen die met name verantwoordelijk waren voor de inhoud van dit werk.
Naast kerkelijke thema’s werd ook veel aandacht besteed aan zakelijke kwesties. Zo was ook in die tijd de kredietverlening aan middenstanders een heet hangijzer. Door de Nederlandse middenstandsbonden waren banken opgericht. In Limburg werd in 1914, een jaar na de oprichting, felle discussies gevoerd over de vraag of Limburg zich zou moeten aansluiten bij de Utrechtse Hanzebank of bij de Middenstandscredietbank te ’s-Hertogenbosch.
Op de algemene vergadering trad het bondsbestuur, na heftige discussies over deze kwestie, af.

In de eerste jaren van de bond woedde de eerste wereldoorlog. Tal van regeringsmaatregelen veroorzaakten moeilijkheden voor veel middenstanders. In die jaren maakte de bond een grote groei door.
In 1918 stelde de bond zich scherp teweer tegen Belgische plannen tot annexatie van een deel van Limburg. Ook de november-revolutie maakte de organisatie actief.
De Duitse inflatie laat Limburg niet onberoerd en de middenstand krijgt harde klappen. Men koopt op grote schaal in Duitsland en de Limburgse zakenwereld blijft met grote voorraden zitten.
De waarde van de Mark is op een gegeven moment praktisch niet meer in Nederlands geld uit te drukken. In 1916 werd het “bureau van advies voor Handeldrijvende en Industriële Middenstand in de Provincie Limburg” opgericht. Dit bureau had ten doel adviezen te verstrekken op allerlei gebied, terwijl het zich verder bezighield met het inrichten, bijhouden en controleren van boekhoudingen.
Het Rijk, alsmede sommige gemeenten verleenden subsidie. Vanaf dit moment is de organisatie actief geweest in het begeleiden en adviseren van zelfstandige ondernemers. Ook vandaag de dag wordt hier bij de LOZO veel aandacht aan besteed via een aantal diensten die de LOZO aan de ondernemer in Limburg ter beschikking stelt.

De Twintiger en Dertiger jaren.

Na een snelle start in 1913 ging het met de bond in de twintiger jaren minder goed. Het ledenaantal liep terug en de bond kwam met schulden te zitten. De schulden liepen zo hoog op dat in 1925 door de curatoren van de Hanzebank, het faillissement van de bond werd aangevraagd. Er werd een inzameling georganiseerd, en mede door een gift van Mgr. Schrijnen, de toenmalig Bisschop van Roermond, konden de schulden worden afgelost.
In 1928 treedt de Legendarische Koops aan als voorzitter. Niemand vermoedde toen dat hij dit 33 jaar lang zou blijven.
Hij heeft van de organisatie in feite zijn levenswerk gemaakt. Door zijn krachtige leiding ging de bond weer sterk vooruit. In die tijd hield de bond zich – ook toen al – bezig met de Winkelsluitingswet, de zgn. vliegende winkels en het cadeaustelsel. De middenstand stelde zich teweer tegen het grootbedrijf. Dit geschiedde vooral door het organiseren van winkelweken en tentoonstellingen.
De stoot wordt gegeven tot oprichting van plaatselijke commissies van bijstand die tot doel hebben middenstanders, die in nood verkeren, te helpen. Dit geschiedde in 1933, midden in de toen ook grote economische crisis. In 1934 kwam de Nederlandse Katholieke Middenstandsbond (NRKM) met een programma Ordening, Sanering en Bescherming. In Den Haag werd een groot congres gehouden ter propagering van dit programma. Vanuit Limburg vertrok een extra trein met 5 à 600 middenstanders.
Ook veel kleine individuele problemen eiste veel aandacht op van het toenmalige bondsbestuur.
In 1935 wordt Koops voorzitter van de nationale bond de N.R.K.M.
Deze functie zou hij 25 jaar bezetten. Vanuit Limburg werd hiermede een belangrijke en krachtige bijdrage geleverd aan het nationale middenstandswerk.
Binnen de Bond was in die tijd veel te doen over de devaluatie van de gulden en het loslaten van de gouden standaard. De invoering van de Vestigingswet vergt veel voorlichting.
De laatste winter voor de oorlog is er sprake van een zeer levendige activiteit. Er worden kadercursussen georganiseerd, gesproken wordt het over de opname van zelfstandigen in de sociale verzekeringen, over de verhouding aannemers tot de werkverschaffing, ver de prijs-politiek enz.
Toen kwam de oorlog. Aanvankelijk ging de organisatie gewoon door. Op 7 oktober 1940 wordt de voorzitter gegijzeld door de Duitsers. Het werd Buchenwald, later Haaren en St. Michielsgestel.
Op 12 december 1944 komt hij vrij. Maar dan is er geen bond meer, althans uiterlijk. Informeel trachtte men de contacten gaande te houden. Op last van de bezetter werd de organisatie officieel opgeheven. Op 10 juli 1942 wordt een laatste circulaire gezonden aan de afdelingen waarin de opheffing wordt medegedeeld. Gelukkig dat deze slag kwam op een moment dat de bond op een relatief hoogtepunt stond, want het ideaal leefde vuriger naarmate het onrecht ernstiger en duidelijker werd. Het contact bleef echter bewaard ook al getuigt geen papier daarvan.

Bevrijding en herleving.

Reeds toen het zuiden van onze provincie was bevrijd, werd opgeroepen om zich weer in katholiek verband te organiseren. Op 1 september 1945 werd weer het kantoor van de bond te Venlo opengesteld. De tafels en stoelen waren geleend! Er staat geschreven dat onder het schijnsel van een petroleumlamp en onder de door oorlogsgeweld opengescheurde daken met de sterrenhemel als verlichting onze Limburgse afdelingen weer werden opgericht.
Intensiever als ooit tevoren werden de taken van voor de oorlog weer opgepakt.
De materiële oorlogschade gaf zeer veel zorg. De bond stelt een speciaal adviesbureau hiervoor in. Veel aandacht wordt gegeven aan het vormings- en scholingswerk. Door de bond werd de actie “boter bij de vis” gevoerd ter bevordering van contante betaling bij de middenstanders. Er werden een aantal fondsen ingericht waarop in moeilijkheden verkerende middenstanders een beroep kunnen doen zoals Santos en andere. In 1950 werden contacten over de grens gelegd met België en Duitsland.

De laatste 30 jaar.

De economie trok aan en er ontwikkelde zich een enorme koopkracht. Anderzijds ontstonden er ook problemen t.g.v. bijvoorbeeld de pendel waardoor het voor kleinere bedrijven moeilijk was arbeidskrachten aan te trekken.
Vooral in de bouw deed dit verschijnsel zich sterk voor. De schaalvergroting greep om zich heen. Vele kleine bedrijven kregen het moeilijk en vele moesten verdwijnen. Vele andere bedrijven werden geconfronteerd met groeiproblemen. De voorlichting van de bond heeft z’n handen vol om ondernemers te adviseren en bij te staan. In de vijftiger jaren worden in vele afdelingen causerieën gehouden onder de titel “De middenstand in de maalstroom van het economisch gebeuren”.
In het begin van de zestiger jaren dienen fundamentele veranderingen zich aan. Naast de naam Katholieke Limburgse Middenstandsbond wordt in 1961 besloten een tweede naam te gaan gebruiken n.l. de Limburgse Organisatie van Zelfstandige ondernemers. Het was duidelijk dat de samenleving sterk veranderde. De deconfessionalisering had zich ingezet en de bond moest zich aan de nieuwe situatie aanpassen. De confessionele en culturele taken van de bonden verzwakten. Andere taken kwamen meer in de belangstelling te staan. Versterkt werden in die jaren het applicatieonderwijs dat gericht is op verbetering van het ondernemerschap. Ook, en dat geschiedde zeer sterk, kwam de individuele voorlichting aan ondernemers sterk in de belangstelling te staan. 

Ondernemen werd steeds dynamischer en de ondernemer had behoefte aan objectieve adviseurs die hij binnen z’n organisatie meende te kunnen vinden. De bedrijfsconsulentendienst werd, met behulp van het Ministerie van Economische Zaken, opgezet aanvankelijk door de Stichting Voorlichting Midden- en Kleinbedrijf Limburg. Deze stichting werd met de Limburgse Kamers van Koophandel opgericht. Sinds de oprichting heeft de LOZO aan vele duizenden Limburgse ondernemers advies uitgebracht.
De invloed van de overheid op het ondernemersgebeuren is de laatste dertig jaar sterk vergroot. Overheidsbeslissingen op het terrein van de ruimtelijke ordening, konden ingrijpende gevolgen hebben voor de ondernemers. Wederom met behulp van Economische Zaken werd, via onze centrale organisatie, voorlichting gegeven omtrent de ruimtelijke ordening aan groepen van ondernemers.
Door deze specifieke deskundigheid kon ook op dat punt aan actieve belangenbehartiging worden gedaan.
Bekend zijn de acties van de LOZO tegen het voeren van detailhandel op industrieterreinen. Op 7 november 1972 organiseert de LOZO een grote demonstratie op het Vrijthof te Maastricht voor een beleid dat gericht is op het tegengaan van detailhandel op industrieterreinen.
Voorzitter Pluijm, lid van Provinciale Staten, houdt een interpellatie in de Staten.
Limburg liep daarbij nationaal voorop. Ook nationaal komt er e.e.a. in beweging. Uiteindelijk komt dat beleid er. Na het trefcenter en het Makado-centre te Beek zijn er geen grote groene weide vestigingen meer geweest in Limburg. Wel hebben er vele pogingen plaatsgevonden om tot een dergelijke vestiging te komen.
Ook het verkeer vraagt in toenemende mate aandacht. De steden raken verstopt en onbereikbaar. Gemeenten komen met verkeerscirculatieplannen die soms verstrekkende gevolgen hebben voor de gevestigde ondernemers.
De LOZO was in staat zich ook op dat punt van deskundigheid te voorzien. De laatste dertig jaar is de LOZO uitgegroeid tot een organisatie die wat te betekenen heeft binnen de Limburgse verhoudingen. De LOZO benoemt mensen in vrijwel alle instellingen en organen die zich met het beleid rond het midden- en kleinbedrijf bezighouden.
Door enkele bestuurders die meteen na de oorlog dit werk met veel idealisme opzetten, is een organisatie ontstaan die thans over ca. 20 medewerkers beschikt. Met specialisme op vele punten. In staat tot individuele advisering maar ook tot collectieve actie in het belang van het midden- en kleinbedrijf. Een organisatie die beschikt over ca. 85 plaatselijke verenigingen en 4000 leden.

Voor de tweede maal tijdens het bestaan van de bond wordt het midden- en kleinbedrijf geconfronteerd met een diepe economische crisis. De koopkracht die in de zestiger jaren zo spectaculair steeg daalt nu weer sinds enkele jaren.
In een aantal midden- en kleinbedrijf sectoren heeft dit tot een scherpe omzetdaling aanleiding gegeven. Ook andere takken zoals de bouw en het ambacht betalen een zware tol. De middenstandsorganisaties zijn toch van mening dat het overheidsbeleid gericht moet blijven op terugdringing van het financieringstekort.
Mede ten gevolge van de zware belasting- en premiedruk en de vele overheidsheffingen, is de vermogenspositie van vele bedrijven uitgehold.

In 1982 wordt het nieuwe pand geopend van de bond aan de Huiskensstraat.
De opening geschiedt door Gouverneur Kremers die de LOZO complimenteert met haar werk voor het Limburgse midden- en kleinbedrijf.
Als gevolg van de moeilijke economische tijden kan de bond, met moeite, haar ledenbestand consolideren. De ledenwerving wordt professioneel aangepakt. De organisatie beschikt thans over twee fulltime acquisiteurs.

Vele ondernemers hebben zorgen. Dit doet hen nadenken, niet alleen over hun directe problematiek maar ook over zaken die verder reiken. Hierdoor begint weer belangstelling te ontstaan voor sociale, culturele en godsdienstige en ethische thema’s. Door de benoeming van Dr. W. van Kempen hopen wij in deze behoefte te kunnen voorzien.